Lezing van de dag

Zondag, 23 Juli 2017 : Lezing uit het boek der Wijsheid 12,13.16-19.

Buiten U is er geen God die zorg draagt voor allen, zodat Gij zoudt moeten bewijzen dat Gij niet onrechtvaardig gevonnist hebt. Want uw kracht is de bron van de gerechtigheid en uw heerschappij over allen maakt dat Gij allen spaart. Waar in de volkomenheid van uw macht niet geloofd wordt, daar toont Gij immers uw kracht en bij hen die haar kennen beschaamt Gij de vermetelheid, Gij echter die de kracht onder uw heerschappij hebt, Gij oordeelt met zachtheid en met grote mildheid regeert Gij over ons, want wanneer Gij maar wilt, staat U de macht ten dienste. Door zo te doen hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige menslievend moet zijn en hebt Gij uw zonen goede hoop gegeven, dat Gij, waar gezondigd wordt, gelegenheid tot inkeer geeft.

 


 

Zondag, 23 Juli 2017 : Psalmen 86(85),5-6.9-10.15-16a.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer, barmhartig voor elk die U aanroept. Luister dan, Heer, naar mijn bidden, geef acht op mijn smekende stem. Eens komen de volken, uw schepselen weer om U te aanbidden, uw Naam te loven Want Gij zijt groot, Heer, en groot is uw schepping Maar Gij, Heer mijn God, zijt een barmhartig en genadig geduldig mild en betrouwbaar. Wend U tot mij, en wees mij genadig! Verleen uw dienaar bescherming, En red den zoon van uw dienstmaagd.

 


 

Zondag, 23 Juli 2017 : Uit de brief van de heilge apostel Paulus aan de christenen van Rome 8,26-27.

Broeders en zusters, de Geest komt onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitspre­ke­lijke verzuchtin­gen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

 


 

Zondag, 23 Juli 2017 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,24-43.

In die tijd hield Jezus de menigte deze voor: 'Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeenga­ren? Maar hij zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbran­den; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.' Een andere gelijkenis hield Hij hun voor: 'Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterd­zaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Wel­iswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels uit de lucht in zijn takken komen nestelen.' Nog een andere gelijkenis vertelde Hij hun: 'Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.' Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijke­nissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets, opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld. Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: 'Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.' Hij gaf hun ten antwoord: 'Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid zijn de kinderen van het kwaad, en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand, zo zal het ook gaan op het einde van de wereld. De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeen­bren­gen allen die tot zonde verleiden en onge­rech­tigheid bedrijven om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft, hij luistere.

 


 

Zondag, 23 Juli 2017 : Commentaar Homilie toegekend aan H. Macarius van Egypte

      Ik schrijf u, geliefde broeders en zusters, opdat u weet dat sinds de dag dat Adam geschapen is tot aan het einde der wereld, het Kwaad, zonder rust te nemen, oorlog zal voeren tegen de heiligen. (Ap 13,7)... Zij die er rekening mee houden, dat de vernietiger van de zielen samen met hen in hun lichaam woont, heel dicht bij hun ziel, zijn toch niet zo talrijk. Ze worden beproefd, en er is niemand op aarde die hen kan troosten. Daarom kijken ze naar de hemel, en hebben daar hun verwachting om daarvandaan iets in hun innerlijk te ontvangen. Door die kracht zullen ze, dankzij de wapenrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), overwinnen. Ze ontvangen inderdaad uit de hemel een kracht, die verborgen blijft voor hun lichamelijke ogen. Zovele malen als ze God met heel hun hart zoeken, komt ook de kracht van God hun in het geheim te hulp, op elk moment ... Juist omdat ze van hun zwakte overtuigd zijn, omdat ze niet in staat zijn te winnen en omdat ze vurig om de wapenrusting van God vragen en zo bekleed worden voor de strijd met de uitrusting van de Heilige Geest (Ef 6,13), worden ze overwinnaars.       Weet dus, geliefde broeders en zusters, dat in allen die hun ziel voorbereid hebben om een goede aarde te worden voor het hemelse zaad, de vijand zich haast om er zijn onkruid in te zaaien... Weet ook dat zij die de Heer niet met geheel hun hart zoeken, niet op zo'n duidelijke wijze beproefd worden door Satan; dan probeert hij meer in het verborgene door listigheden om hen ver van God te brengen.       Maar nu, broeders en zusters, weest moedig en vreest niets. Laat u niet bang maken door verbeeldingen, die door de vijand worden opgeroepen. Lever u in gebed niet uit aan een verwarrende onrust door misplaatste uitroepen te vermeerderen, maar ontvang de genade van God door diep berouw... Weest moedig, troost u, houdt vol, zorgt voor uw zielen, volhardt met ijver in het gebed... Want allen die werkelijk God zoeken, ontvangen een goddelijke kracht in hun ziel, en door die hemelse zalving te ontvangen, zullen zij allen in zichzelf de smaak en de zoetheid van de komende wereld voelen. Dat de vrede van de Heer, die met alle heilige vaders was en hen heeft behoed tegen elke verleiding, ook bij u blijft.